• De historie wil, dat VFC’s zondagvoetballers de competitie in een te lage versnelling starten en pas na de winterstop de schroom van zich afgooien en richting handhaving gaan. Die tijd is voorbij: de Kwekkers zijn de ongeslagen koploper.

    “De jongens hebben het erover gehad”, bevestigt trainer Joren Tromp met een brede grijns, dat hij op de hoogte is van die voormalige eigenaardige gewoonte. De aanhang staat perplex, weet niet wat het meemaakt. Dat begon al meteen in de competitie-opener tegen Antibarbari. “Daar hadden ze al jaren niet van gewonnen. Weliswaar toen ook niet, maar het werd wel 1-1.” Dat was een opsteker en een resultaat dat het zelfvertrouwen aanscherpte. VFC was voor hem voetballend onbekend terrein. “Ik ben hier een keer, toen nog als voetballer, voor een bekerwedstrijd geweest. Ik wist alleen, dat het een mooi clubgebouw had. Maar van de spelersgroep niks.” Vandaar, dat hij met zijn kompaan Kevin van Zon voorwerk deed en incognito bij zeker zeven wedstrijden langs de lijn stond. “Iedere trainer heeft een eigen kijk op het spelletje. Mijn voorganger speelde anders, dan wij voorstaan. Wij zijn aan de slag gegaan en hebben zaken, die wij belangrijk vonden gepromoot. Zoals? Ze moesten weer gaan voetballen en zich eigen maken om voetballend oplossingen te zoeken. Zoiets moet groeien en gaat met ups en downs.” Hij noemt een voetbalteam een soort levend document. “Dat is nooit klaar. Daar komen steeds hoofdstukken bij.”

    Tromp en Van Zon zien ook, dat nogal wat spelers “zelf niet in de gaten hebben hoe goed ze eigenlijk zijn. Dat stimuleren we. Als ze hun talent laten renderen en het totale elftal daarnaast, volgens de formule voor-elkaar-en-met-elkaar, de schouders eronder blijft zetten en hard werkt, kan het een mooi jaar worden.”

rfwbs-slide