Horen er gewoon bij
VFC is een grote en veelzijdige voetbalclub. Groot vanwege de vele leden en veelzijdig in het aanbod. Op de Sportlaan is vooral veel jeugd actief, maar ook selecties, recreanten, meisjes en spelers met een beperking.
Deze editie aandacht voor de laatste twee genoemde VFC geledingen.
De oproep op de site en op Facebook om meer meiden aan het voetballen te krijgen bij VFC triggerde mij om niet alleen hieraan deze groep maar ook de G-voetballers in de schijnwerpers te zetten.
Vanaf 1993 is er al de mogelijkheid voor spelers met een mentale of lichamelijke beperking te voetballen bij VFC. Rinus van Bentem was een van de initiatiefnemers en tot op de dag vandaag is het naar hem genoemd toernooi een van de hoogtepunten van het seizoen. De betrokken begeleiders, trainers en ouders staan wekelijks klaar om deze sporters te begeleiden en vooral plezier in het spel te laten beleven. Spelvreugde staat voorop al zie je bij de wedstrijden dat het sportieve resultaat bij spelers en coaches zeker een belangrijk element is. Met spelers bedoel ik uiteraard ook de vrouwelijke inbreng bij het team. Bij de ontwikkeling van het G-voetbal hebben velen hun steentje bijgedragen. Namen noemen is daarom eigenlijk niet fair, omdat je vast belangrijke personen onbenoemd laat. Wil toch een uitzondering maken voor Hennie Meder. Zijn bijdrage heeft mede geleid tot de huidige staat.
Probleem blijft de personele bezetting van zowel spelers en kader. Nieuwe aanwas is nodig om deze groep ook in de toekomst actief te houden. Jonge mensen met een beperking hebben vaak een zetje nodig om de stap naar een vereniging te maken. Geef ze dat zetje en kom gewoon een keer kijken. VFC heeft gelukkig enthousiaste leden die vertrouwd zijn en kennis hebben op dit gebied om de nodige informatie en begeleiding te geven.
Onder leiding van Daniëlle Lagerwaard werd het vrouwenvoetbal ge-herintroduceerd. Ik noem het expres zo, omdat anders Ruud Ham ongetwijfeld commentaar zou leveren. Want ja, in een heel ver verleden had VFC ook al een damesteam. Dat team bestond voornamelijk uit de liefjes van toen nog jonge VFC adonissen. Maar dat terzijde, nu naar het heden.
Het was natuurlijk raar dat een club met een omvang en reputatie als VFC geen vrouwenvoetbal had. En als er geen Daniëlle was geweest, hadden we het nu nog niet. Terwijl het vrouwenvoetbal en vooral het meisjesvoetbal een grote vlucht nam, bleef het op de Sportlaan lang stil. Gelukkig werd die stilte verbroken en acteren er op dit moment twee meisjeselftallen. Het is een verrijking voor de club. Het blijft net als bij het G-voetbal een hele klus voldoende dames naar VFC te krijgen. Begonnen met een achterstand omdat de verenigingen om ons heen al langere tijd dit onderdeel ontwikkeld hadden, vraagt het een extra inspanning om continuïteit te waarborgen. Aan het enthousiasme van de meiden en hun begeleiders zal het niet liggen. Ken je toevallig meiden in jouw omgeving, maak ze enthousiast om zich bij de familieclub VFC aan te sluiten.
Het gevaar van clubonderdelen die een speciale aanpak en kennis vragen zoals het G-voetbal en in mindere het meisjesvoetbal, is dat het ook eilandjes binnen de vereniging kunnen worden. Juist omdat er vaak speciale behoeften en zorg nodig zijn. Specifieke begeleiding en zorg zijn essentieel voor de continuïteit. Want continuïteit is de basis en kracht van elke activiteit. Het gevaar van een eilandcultuur ontstaat vaak als men denkt dat het wel lekker loopt en de bestuurlijke aandacht verslapt. Het is ongelofelijk belangrijk dat het bestuur goed communiceert met deze groepen en omgekeerd uiteraard ook. Laat het geen losse elementen zijn die toevallig op de Sportlaan actief zijn, maar een geïntegreerd Kwekker familielid. Juist deze diversiteit maakt VFC wat het wil zijn namelijk een warm nest waar iedereen zich gezien voelt.
Samen zijn we VFC!
G. Kwek