• VFC door de ogen van een oud-speler

    Als jonge jongen wil je beginnen met voetballen. Hier in Vlaardingen zijn er genoeg clubs om uit te kiezen. Uiteindelijk kies je voor de club die het dichtst bij huis is, waar je vrienden spelen of waar je je simpelweg het meest thuis voelt. Dat laatste was voor mij op zevenjarige leeftijd het geval.

    Na twintig jaar komt daar voor mij een einde aan. Niet alleen als voetballer, maar ook als scheidsrechter, jeugdtrainer en verzorger. In die jaren hoor je vaak dat clubs vrijwilligers tekortkomen en dat mensen nodig zijn om gaten te vullen. Maar vrijwilliger zijn bij de oudste, grootste en in mijn ogen mooiste club van Vlaardingen is zoveel meer dan dat.
    Vrijwilliger word je omdat je ziet hoeveel impact je kunt hebben op een klein deel van de maatschappij. Omdat je onderdeel wordt van iets dat groter is dan alleen voetbal.

    Vraag maar eens rond naar de naam Jaap Jongejan. Vrijwel iedere VFC’er kan je tientallen verhalen vertellen over dit VFC-icoon. Wat iedereen over hem zegt, is dat hij je naam kende, wist wie je ouders waren, in welk team je speelde en altijd een antwoord had als je ergens mee zat of een vraag stelde.
    En naast Jaap zijn er nog zoveel anderen: Melvin, Bas, Kees, Evan, Hennie, Andreas, Mohammed, Erik, de familie van Mil, van Rij, van de Graaf, Slot en ga zo maar door.

    Want VFC is een familieclub. Het maakt niet uit in welk elftal je speelt; je bent net zoveel waard als ieder ander. Dat voel je overal op de club.
    Ons eerste elftal is daar een perfect voorbeeld van.
    Een vriendengroep die geweldig kan voetballen en dat al jarenlang samen doet. Soms komt er iemand bij en soms gaat er iemand weg, maar één ding blijft altijd hetzelfde: het zijn stuk voor stuk Kwekkers. Kwekkers die week in, week uit zorgen voor een volle tribune, goed voetbal en vooral laten zien hoeveel plezier je uit voetbal kunt halen.

    Maar een club draait niet alleen om wat er op het veld gebeurt.
    Wanneer iemand ziek wordt, staat de club op om geld in te zamelen voor onderzoek of steun.

    Wanneer er op zaterdag een volle tribune staat, komt dat door de mensen achter de schermen: het wedstrijdsecretariaat, het ZOP-team, de werkers, de mensen in de kantine en alle anderen die iedere week weer klaarstaan.

    Vaak worden die taken als vanzelfsprekend gezien. Maar kijk eens om je heen zonder die mensen. Dan blijft er weinig meer over dan drie velden, wat hekwerk en een lege tribune. Juist door al die vrijwilligers krijgt VFC zijn geel-zwarte kleur en voelt het als thuis.

    Dus mocht je je als ouder, voetballer of supporter ooit afvragen waarom je achter de bar zou staan, training zou geven of een kleedkamer zou schoonmaken, onthoud dan dit:
    Een kind dat op jonge leeftijd begint met voetballen, onthoudt twintig jaar later nog steeds de naam van zijn eerste trainer. Hij weet nog precies wie het in hem zag om naar een selectieteam te gaan. Hij vergeet nooit hoe het voelde om als Team van de Week onder luid applaus van Vak-T het veld op te lopen.

    Dat is waar een club als VFC voor staat.
    Een club waar iedereen gelijk is.

    Jasper van der Horst

rfwbs-slide