• VJ: Selecteren is zeker niet alles, vindt Berry van Rij

    9 mrt 2019
  • “Deze jongens hebben heel veel plezier samen”, zegt Berry van Rij, terwijl hij toekijkt hoe de JO19-3 van VFC de strijd aangaat met de leeftijdsgenoten van Barendrecht. “Arjan van Poppelen en Brian Vrijenhoek zijn de trainers. Ik ben leider en ik noem mezelf altijd de assistent van de assistent”, probeert hij zijn eigen rol te minimaliseren.

    Hij merkt op dat in Vlaardingen nog maar drie clubs zijn met minimaal een A-elftal. VFC heeft er vier. “Dat wordt in de toekomst een probleem”, meent Van Rij. “Deze jongens hebben zichzelf gevonden. Wij zijn volledig dienstbaar. Zij doen het, zij maken het team.”

    Onlangs werd bekend dat de KNVB onderzoek gaat doen naar selectieprocedures bij voetbalclubs. Er komen steeds meer geluiden dat vroege selectie, in de onderbouw, als onwenselijk wordt gezien. De voetbalbond start diverse pilots. “Dat is uit mijn hart gegrepen”, reageert Van Rij.

    Hij pleit zelf bij zijn club voor een andere benadering. “Ik loop al heel wat jaartjes rond bij de club, maar die selectieprocedure heeft voor veel frustratie bij spelertje en ouders gezorgd. Ze worden er onrustig van. Nog erger: het gaat ten koste van het spelplezier. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Plezier moet altijd voorop staan.”
    Hij neemt het zijn club niet eens kwalijk. “Het was en is een modegril: op een gegeven moment groei je als club en dan worden er naar verloop van tijd ook eisen gesteld aan niveau. Zo is dat bij VFC ook gegaan. Er wordt een minimaal niveau van hoofdklasse gesteld en voor je het weet zit je in een patroon van selecteren en selecteren.”
    En dat selecteren begint al op jonge leeftijd. Van Rij: “Terwijl is aangetoond dat je vroeg- en laatbloeiers hebt. Het is een momentopname die weliswaar op korte termijn leidt tot betere teams, maar waarvan het nut op langere termijn op zijn minst twijfelachtig is.”

    Veel liever wil Van Rij dat goede en minder goede spelers aan elkaar gekoppeld worden. “Voor het sociale aspect is dat veel beter. Er staat minder druk op; iedereen kan zich vrij ontwikkelen. De toppers komen toch wel bovendrijven. Bovendien: waarom zouden we die prestatiedruk bij VFC willen? Ons eerste team gaat echt de hoofdklasse niet halen. Wees een vereniging.”

    Van Rij was in het verleden een tijdje verantwoordelijk voor de technische zaken bij VFC. Heel voorzichtig probeerde hij veranderingen voor te stellen. “Dat riep veel weerstand op”, zegt hij. “Dat was een heilig huisje omver duwen. De trainers van de selectieteams zagen dat absoluut niet zitten. Die voelen de druk van het presteren - er moet aan de doelstelling worden voldaan – waardoor er ook veel kinderen van een andere club komen.”

    Selecteren mag best, vindt Van Rij. “Maar vanaf de JO13 is echt vroeg genoeg. Als VFC zouden we ons veel meer moeten richten op alle kinderen. Vergeet niet dat van de 46 jeugdteams er 39 niet-selectie zijn. De bijvangst zal zijn dat je als club veel socialer wordt en dat daardoor meer mensen bereid zijn om als vrijwilliger iets te doen.”
    “Het resultaat van dat beleid, dat bij veel clubs zo wordt gevoerd, is dat veel jeugd afhaakt. Dat is niet het enige probleem waardoor we steeds minder bovenbouwteams hebben, maar het speelt wel degelijk mee.”
    “Laat die jongens het lekker zelf inrichten. Moet je eens kijken hoeveel plezier en lol ze hebben”, wijst hij naar het veld waar VFC en Barendrecht zorgen voor een aantrekkelijk schouwspel.