Voetbalouders en ouders van voetballers
“Ouders stappen naar rechter omdat hun zoontje (9) moet keepen.”
Jullie hebber er vast kennis van genomen dus kan worden volstaan met een korte samenvatting.
Zoonlief moet van de teamleider of trainer keepen, maar vindt dat helemaal niet leuk. Volgens de ouders staat hij huilend tussen de doelpalen.
Club en ouders kunnen niet tot een compromis komen en de ouders stappen naar de rechter.
Je hebt ouders van voetballers en voetbalouders.
De eerste categorie zijn de liefhebbers. Leven op een gezonde sportieve manier mee met het plezier dat hun kind samen met zijn of haar teamgenootjes beleeft.
Voetbalouders gaan verder in hun beleving van de sport. Hun plezier halen zij vooral uit de individuele prestatie van hun eigen kind. Het teamgebeuren is van secondair belang. Zijn ook vaak de eersten die iets te klagen hebben over opstelling en tactiek zodra het een beetje tegenzit en zoonlief niet kan schitteren.
Tot welke groep de ouders in kwestie horen, laat ik even in het midden.
Het belangrijkste bij sportbeoefening is dat het met plezier gedaan wordt. En zeker bij jonge kinderen.
Geen plezier in je sport hebben, dient geen enkel doel. In tegendeel, werkt contraproductief.
Om te voorkomen dat kinderen stoppen met sporten moet er naar de oorzaak hiervan gezocht worden. Dat kan velerlei zijn. Men heeft de verkeerde sport gekozen, geen leuk team, pestgedrag, blessures, geen zin meer en wellicht ook de kosten. Voor gezinnen met meerdere kinderen kunnen de contributies en eventueel aan te schaffen spullen zoals voetbalschoenen, trainingspak net allemaal te veel worden. Vooral voor die gezinnen die net buiten de bestaande regelingen vallen zoals een sportfonds.
De stelling dat de slechtste voetballer maar moet gaan keepen is inmiddels wel achterhaald. Dateert uit de tijd van het straatvoetbal. Maar de meeste voetballertjes willen spelen en niet letterlijk als sluitpost dienen. Als er geen Ralph Groen beschikbaar is, zal het gezamenlijk opgelost moeten worden. Bijvoorbeeld met een roulatie systeem waarbij iedereen aan de beurt komt. Daar kan niemand bezwaar tegen hebben. Tenslotte is voetbal een teamsport.
Bovenstaande logische oplossing zal ongetwijfeld besproken zijn. Maar kennelijk kon de vereniging of de ouders hiermee niet akkoord gaan. Onbegrijpelijk.
Waarschijnlijk speelt er meer, want de club legde de ouders een “stadionverbod “ op. Zij waren niet meer welkom op het sportcomplex . Hiermee dupeer je mogelijk ook hun 9 jarig zoontje. Want die mag misschien niet alleen naar het sportcomplex gaan.
Kijkend door de bril van deze ouders zou ik snel klaar zijn met deze club. Daar heb je geen rechter voor nodig. De verhoudingen zijn zo verstoord dat het kind mede door het gedrag van zijn ouders daar nooit gelukkig kan worden. Voetbalverenigingen genoeg, kies een leuke club waar hij wel plezier heeft.
Achter de aanleiding van dit beschreven incident schuilt wel een probleem dat veel weggekeken wordt.
Bij jeugdvoetbal wordt het veld hoofdzakelijk omzoomd door ouders en grootouders. De meesten van hen zijn trouwe supporters en bij iedere wedstrijd aanwezig. En bijna alle (groot)ouders zijn meelevende supporters van het team en spelertjes. Maar dan heb je altijd die voetbalouder. Die valt op omdat hij/zij zich luid en duidelijk manifesteert. Bemoeit zich tijdens het spel met alles. Staat ongevraagd aanwijzingen te geven, heeft commentaar op de scheidsrechter of opstelling en wissels die de coach toepast. En bij een tegenvallend resultaat ligt de schuldvraag aanwijsbaar bij anderen.
Velen herkennen dit gedrag en storen zich eraan. Maar in plaats het gesprek aan te gaan, wordt er Ruttiaans weggekeken en weggelachen . Ook de clubleiding grijpt niet of nauwelijks in bij dit verbale wangedrag. Het is ook best lastig. Wanneer zeg je er iets van, wanneer gaat iemand over de schreef of is het onbeheerst enthousiasme? En moet je dan voor die enkele voetbalouder zo’n heisa maken? Geen heisa, maar een goed gesprek is toch wel op zijn plaats.
VFC mag zich gelukkig prijzen dat de zaterdagen met tientallen wedstrijden en honderden ouders grotendeels in een gemoedelijke en sportieve sfeer verlopen. Maar een korte zelfreflectie kan nooit kwaad. Wat ben ik? Zo’n fanatieke voetbalouder of een leuke meelevende ouder van een voetballer?
G. Kwek